Vanwege de feestdagen veel gelezen, want fatsoenlijke televisie is er amper. Hier een overzicht: De kremlinfluisteraar van Guiliano Da Empoli (aanrader), De toekomst van geografie hoe strijd om de ruimte onze wereld zal veranderen van Tim Marshall (onrustbarend), Lenin in de trein van Catherine Merridale (interessant vanwege parallellen met huidige tijd), Galmende geschiedenissen van Sinan Cankaya (mee gestopt), Autocratie bv Ann Applebaum (nog mee bezig, een must), Urszula Honek Witte nachten (uniek boek), Philippe Sands De verdwijning van Londres 38, over Pinochet in Engeland en een nazi in Patagonie (na De rattenlijn weer een ongelooflijk verhaal van mensen die (bijna) overal mee wegkomen.


In dit boek vertelt bestsellerauteur Philippe Sands het opzienbarende verhaal van de Chileense dictator Augusto Pinochet, oud-SS-officier Walter Rauff en de sinistere verbanden tussen deze twee. Rauff, die in de Tweede Wereldoorlog een sleutelrol speelde bij de ontwikkeling van mobiele gaswagens, wist zijn straf te ontvluchten en zette zijn leven voort in Chili. Maar vanaf het moment dat geruchten de ronde deden over Rauffs betrokkenheid bij de misdaden van Pinochet en de verdwijningen die Chili teisterden, ontvouwt zich een huiveringwekkend verhaal.
Wanneer Sands in 1998 bij de arrestatie van Pinochet in Londen wordt aangewezen om de dictator te adviseren, kiest hij er in plaats daarvan voor om als jurist voor Human Rights Watch onderzoek te doen naar de banden tussen Rauff en Pinochet. In De verdwijningen van Londres 38 onthult hij voor het eerst het verborgen dubbelverhaal over massamoord en de verbanden tussen de verschrikkelijke gebeurtenissen in de jaren veertig en die in onze eigen tijd. Wat volgt is een ijzingwekkende geschiedenis waarin de echo’s van historische misdaden weerklinken binnen de muren van het lage, nietszeggende gebouw aan Londres 38 in Santiago.

Urszula Honek schrijft in Witte nachten met een ongelooflijk rijk taalpalet aan kleuren en stijlen over de verlangende, verdrietige, liefdevolle mensen uit een slaperig dorp aan de voet van de Poolse Beskiden. Ingebed in het verlaten, heuvelachtige boslandschap geeft ze hun in dertien met elkaar verbonden verhalen een stem. Zo
beschrijft ze in een verhaal vrienden die elkaar van school kennen en op zoek zijn naar werk. In een ander staat een meisje haar grootmoeder bij als die sterft, zonder het te weten. In weer een ander verhaal wil een ongetrouwde jonge vrouw meer van het leven dan haar wordt geboden. Het leven in het dorp wordt gekenmerkt door
naamloze angsten die raken aan het verleden, maar ook door vriendschap, empathie en een verbondenheid met alles wat leeft.