• Hallo, en welkom op mijn website

    Hallo, en welkom op mijn website

    Ik geef hier boekentips, deel zinvolle informatie met mede pensionado's en je kunt meer lezen over mijn boek "Tijd van Onschuld"

Ik was afgelopen week diep onder de indruk van Camille Kouchner`s Een grote familie. Wat een dapper boek! Pedofilie aankaarten in een milieu waarin iedereen de andere kant op kijkt omdat het om rijke, machtige mensen gaat. Toevallig las ik vanochtend in de krant dat prins Andrew nu toch aangeklaagd gaat worden en afstand doet van al zijn koninklijke titels. Het is net als met de financiële wereld, de kleine boef belandt achter de tralies, maar de machtige financiële mannen gaan vrij uit. De zelfmoord van Frank Oranje en Epstein laten zien dat ook voor die mannen niet alles meer mogelijk is. En het werd een keer tijd.

“Een schrijnende aanklacht tegen (de vergoelijking van) pedofilie in Frankrijk én tegen de lafheid van zijn intelligentsia.” Dat staat op de achterflap te lezen en vormt de perfecte samenvatting van dit prachtige, aangrijpende, pijnlijke boek. Maar daarnaast is het ook zo veel meer. Het gaat niet enkel over incest; het beschrijft ook angst en schuldgevoel, familiebanden en intergenerationeel trauma, het gaat over vrijheid en grenzen, over opgelegde openheid tegenover stiekeme geslotenheid en de plicht om te delen, lijnrecht tegenover de dwang om te zwijgen.

Camille Kouchner heeft in 192 pagina’s de opkomst en het verval van de ‘familia grande’ beschreven. Het heeft haar jaren gekost eer ze de moed en kracht vond, haar moeder moest eerst overlijden én haar broer Victor (het slachtoffer) moest zijn toestemming geven. Dit boek zorgde voor grote ophef in Frankrijk; stiefvader Olivier Duhamel (de dader) is een gewezen Europarlementslid en de meeste leden van de ‘familia grande’ hebben hoge, publieke functies.

Maar ook als niet-Frankrijk-kenner greep dit verhaal me naar de keel. Kouchner is advocate maar mag zich ook een groots schrijver noemen. Ze weet ons vanaf de eerste pagina mee te slepen in een wereld van zonnige uitslaap-ochtenden, over zweterige zwembad-middagen tot zwoele zomeravonden en -nachten. Vrijheid-blijheid. Alles mag en kan, onderbroeken en zwemkleding zijn voor saaie mensen, jong en oud speelt met elkaar, naaktfoto’s van kinderen sieren de muren. Prille pubers worden aangemoedigd hun maagdelijkheid te verliezen, overspel hoort erbij en alles wordt gedeeld.

Al snel voel je je als lezer een beetje ongemakkelijk worden, maar ach ja, de tijden zijn veranderd en toen lag alles anders dan nu. Denk je. Even. Tot duidelijk wordt dat er niet enkel vage grenzen maar ook duidelijke lijnen worden overschreden. Incest is strafbaar. Punt.

Camille beschrijft pijnlijk tastbaar hoe dat ‘Punt’ geen punt is voor zij die er middenin zitten. Haar broer, het slachtoffer. Zijzelf, op de hoogte dus mededader? Medeslachtoffer? Haar moeder die wegkijkt. De ganse ‘zomerfamilie’ die zwijgt en doet alsof ze van niets weet. Of erger nog, de schuld bij de slachtoffers legt.

De daden van Olivier werken niet enkel traumatiserend in op Victor, ook de impact op zijn tweelingzus Camille haar leven is ingrijpend. Ze verzwijgen alles jarenlang. Totdat ze zelf kinderen krijgen, en de negatieve invloed op hun lichamelijk en geestelijk welzijn niet meer te ontkennen valt. Wat er dan volgt is bijna nog schrijnender dan de feiten zelf.

Kouchner schreef een vlammende, hartverscheurende aanklacht op een liefdevolle, eerlijke, zelfbewuste manier. Ze heeft de gave om ons een inkijk te geven in de hele mechaniek, problematiek achter het incestverhaal. De afhankelijkheid, de trouw van het kind aan de ouder, de oneindige liefde voor een familie, het schuldgevoel, de twijfel, de schaamte, de angst; alles komt aan bod.

Dit boek gaat breder dan het Kouchner-verhaal. Het is taboedoorbrekend, moedig en ontluisterend. Een must read.

Ik heb gisteren in een lange treinrit het boek van Alafair Burke De ex gelezen. Zij is strafrechtadvocate en verwerkt veel zaken van huiselijk geweld in haar thrillers. Alhoewel het alom geprezen wordt, greep het me niet echt. Te veel plotwendingen, te bedacht. Maar misschien kwam het ook wel omdat ik het meteen las na het boek van Camille Kouchner dat me echt van de sokken blies. De diep gevoelde worsteling tegenover een verzonnen verhaal is te groot.

Vanmiddag ga ik in de bibliotheek het boek van Annie Ernaux Meisjesherinneringen ophalen en ik heb een reservering geplaats voor Het voorval (over een abortus), waar recentelijk een film (Lévenment) over is verschenen. De Groene Amsterdammer had afgelopen week een katern over diverse boeken van Ernaux en ik werd toch weer gegrepen door de recensies. Al die gevoelens van schaamte en angst die je als tiener had en ver hebt weggestopt weet Ernaux weer tot leven te wekken. Ik had ook De jaren van haar al gelezen en dat vond ik toch een te afstandelijk boek dat te snel door een leven ging. De laaiende kritieken dat het persoonlijke algemeen werd kon ik niet helemaal delen. Voor mij werd het te algemeen waardoor ik het niet na kon voelen. Ik hoop dat deze boeken wel een persoonlijk beeld geeft waardoor het gaat leven zoals het boek van Camille Kouchner. Door de Lock down heb ik de afgelopen week heel veel gelezen en doordat alles nu weer opengaat zal dat waarschijnlijk weer wat minder worden, maar lezen blijft toch de mooiste hobby die er is.

Read more

In mijn boek tijd van onschuld schrijf ik over mijn eerste jeugdherinneringen, een bezoek aan de Cineac in Amsterdam, waarin in het Polygoon journaal, de inval van de Russen in Hongarije (1956) wordt beschreven. Waarschijnlijk weet ik dat ook nog zo goed omdat vlak daarna op onze lagere school (ik was 5 jaar) wat Hongaarse kinderen verschenen. Op de middelbare school St. Michael college werd mijn zus vriendinnen met de Hongaarse EvaTuboly. Die vriendschap duurt nu al een heel leven en de laatste tien jaar raakte ik ook een beetje bevriend met Eva. Afgelopen november publiceerde zij met haar huidige vriend Gerrit Valk (iemand die ik ken van het archief Alkmaar) het boek Een fier en frank volk, 65 jaar Hongaarse vluchtelingen in Nederland. Ik lees het boek momenteel in de trein (bij mij bestaat een bepaalde categorie treinboeken doordat ze in mijn handtas moeten passen) en besef hoe veel raakvlakken dit boek heeft met het onlangs gelezen boek Raadselvader van Jolande Withuis. Die angst voor het communisme, wat zit die toch diep bij heel veel mensen. De ontdekking van de gruwelheden van Stalin kostte het communisme heel veel aanhang in Nederland en de bereidheid om die arme Hongaren te helpen die vluchtten voor het communisme zat diep.

Ik was zo in de ban geraakt van Juli Zeh“s Ons soort mensen dat ik meteen daarna Onder buren heb gelezen, weer geweldig. Een spiegel van onze tijd. Het heeft me echt inzichten gebracht. Ook dorpsnazi’s kunnen prima buren zijn. Een boek waarin vooral heel veel grijstinten worden gegeven, niet voor mensen die graag in zwart-wit denken. Er zijn veel overlappingen met het vorige boek, maar dat stoort me geen moment.

In Onder buren van Juli Zeh is Dora met haar hondje naar het platteland verhuisd. Ze had behoefte aan een nieuwe omgeving, meer bewegingsvrijheid, meer ademruimte. Tijdens de lockdown wilde ze niet in de grote stad blijven, en nu wordt ze geplaagd door de vraag waarnaar ze eigenlijk op zoek is in deze tijdelijke leegte. Is het afstand van haar vriend Robert, die met zijn activisme steeds verder van haar af komt te staan? Of hoopt ze erachter te komen waarom de wereld zo verwarrend is geworden?

In Bracken, een klein dorp in het niemandsland van Brandenberg, is het niet zo idyllisch als het op het eerste gezicht leek. Dora’s nieuwe huis is nog ongemeubileerd, de tuin is een wildernis en de busverbinding naar de stad is slecht. En dan is er ook nog de buurman, die met zijn rechtse uitspraken voldoet aan al haar vooroordelen over mensen met een kaalgeschoren hoofd. Terwijl Dora haar gedachten probeert te ordenen, ontmoet ze mensen die niet in een hokje passen en die al haar vastgeroeste ideeën op zijn kop zetten.

Onder buren van Juli Zeh gaat over onze vooroordelen, zwakheden en angsten, en bovenal over onze kracht, die bovenkomt zodra we onze menselijkheid durven tonen.

Ik heb het zo snel uitgelezen dat ik even omhoog zat voor het volgende boek. De oplossing wandelde de volgende dag al binnen. Ik heb veel vrienden om me heen die van alles kopen en zo ben ik nu verdiept geraakt in het boek van de Zuid-Afrikaanse schrijven Damon Galgut, De belofte. Winnaar van de Booker prize 2021. Een interessant thema, kan de belofte die je een stervende doet gebroken worden? Dat thema kwam ook voorbij in de film De beentjes van St. Hildegard. Een film die ik tijdens de kerst voor de tweede keer ben gaan kijken omdat ik hem zo goed vond.

Als laatste toch nog maar even een Netflix tip, ik ben gisteren op advies begonnen aan de serie Charite.

Charité is een Duitse televisieserie in het genre historisch drama, dat gebaseerd is op het ziekenhuis Charité in Berlijn rond 1888 en tijdens de Tweede Wereldoorlog. De serie heeft 6 afleveringen in het eerste seizoen. Het tweede seizoen dat zich aan het eind van de Tweede Wereldoorlog afspeelt, kwam in 2019 uit. Het derde seizoen speelt zich af rond de tijd van de bouw van de Berlijnse muur. Heel interessant rondom thema’s als de levens van beroemde dokters (Koch bijvoorbeeld) en verschillende ziektes als tbc, blindedarmontsteking enz, maar daarnaast ook maatschappelijke thema’s als antisemitisme, sociale uitbuiting en een vleugje romantiek. Het derde seizoen verschijnt in januari, dus ik kan weer lekker een tijdje vooruit. Voor alle mensen die van medische series houden. Ik schijn nog steeds de serie House te moeten zien met Hugh Laurie in de hoofdrol, waar ik wel een fan van ben.

Read more

Afgelopen zomer werd de gemeenteraad van Alkmaar ontbonden vanwege een crisis over de opvang van asielzoekers in het oude belastingkantoor. Nu schijnt de regering Alkmaar toch te hebben aangewezen als eventuele locatie voor de grote groep Afghanen. Ja, ze moeten toch ergens terecht kunnen. Afgelopen dagen heb ik het boek van Rodaan Al Galidi Hoe ik talent voor het leven kreeg uitgelezen. Het is ook geen boek om in een keer uit te lezen, want dan raak je te erg gedeprimeerd. Eigenlijk zou elke Nederlander, maar vooral elke ambtenaar dit boek moeten lezen. Wat zijn wij een vreselijk land geworden, wat zijn we arrogant, bureaucratisch, benepen geworden. Negen jaar in een asielprocedure, twee vluchtpogingen om het ergens anders te proberen, vele zelfmoorden van andere asielzoekers verder stapt hij eindelijk het leven tegemoet. Een Nederlander die zit te mopperen over een trein die een kwartier te laat is lacht hij toe, mevrouw ik heb net negen jaar zitten wachten….. het is echt een boek dat je af en toe naar de keel grijpt.

Een betoverende roman over de ervaringen van een asielzoeker met een onbarmhartig regime: polderbureaucratie zo taai als klei. Al Galidi houdt ons een spiegel voor. Een spiegel waar we niet van mogen wegkijken.’ ADRIAAN VAN D

Semmier Kariem vlucht uit Irak. Zeven jaar van honger, verdwalen en angst later landt hij op elf februari om negen uur – of was het om elf uur op negen februari – op Schiphol. In de chaos van die eerste dagen in Nederland kan hij zich het precieze tijdstip niet meer herinneren. Hij vraagt asiel aan. Wat hij niet weet is dat hiermee het langste wachten van zijn leven begint, in het asielzoekerscentrum, een wachtkamer die hij deelt met vijfhonderd anderen. Intussen bestudeert Semmier het land waarvan hij misschien ooit deel mag uitmaken, maar ook al verblijft hij er nu, hij blijft een buitenstaander. Hoe ik talent voor het leven kreeg is een roman over mensen die zijn onderworpen aan wetten en regels. Allemaal wachten ze, vaak jarenlang, tot hun leven opnieuw kan beginnen, en dat doen ze op hun eigen manier – de een al wat lijdzamer dan de ander.

Ik zit op een aantal boeken te wachten die ik besteld heb in de bibliotheek en heb nu even een boek gepakt dat een collega van mij in de boekwinkel had gekocht en aanraadde. Het is het boek Heerschappij; hoe het christendom het Westen vormde van Tom Holland. In het boek zat de recensie van Wolter Huttinga, waarin hij argumenten geeft om het boek niet te lezen *(Christendom is niet te vangen in een groot gebaar, te complex) maar ook om het boek wel te lezen (Holland kan echt fantastisch schrijven, hij geeft je het gevoel dat hij de geschiedenis van Christendom tot in de finesses begrijpt en overziet). Leuk dat een recensent op die manier een boek aanprijst, dat zie je toch niet zo veel.

De Romeinen geloofden dat kruisiging het ergst denkbare lot was. Daarom was het zo’n geschikte straf voor slaven. Dus is het verbazingwekkend dat mensen zijn gaan geloven dat een specifieke gekruisigde, ene Jezus, een god was. Bestsellerauteur Tom Holland onderzoekt in Heerschappij de implicaties van die overtuiging.
Het christendom is het langst voortdurende, invloedrijkste erfgoed van de oude wereld; de opkomst ervan is de belangrijkste ontwikkeling in de westerse geschiedenis. Steeds meer mensen hebben het geloof van hun voorouders verlaten en wijzen alle religies af – toch blijven ze er herkenbare erfgenamen van.
Heerschappij vertelt het verhaal van hoe we zijn geworden wie we zijn, en waarom we denken zoals we denken. Van de Perzische invasie van Griekenland in 480 v.Chr. tot de migratiecrisis in Europa van nu. Waarom was het christendom revolutionair en ontregelend? Waarom zijn in het Westen zoveel denkbeelden nog altijd onafwendbaar christelijk? Concepten als secularisme, liberalisme, wetenschap en homoseksualiteit zijn diep geworteld in een christelijk zaaibed. Van Babylon tot The Beatles, van Sint-Michaël tot #MeToo: Heerschappij toont hoe het christendom de wereld heeft veranderd.

Ik heb de afgelopen weken met veel plezier naar de serie van Kefah Allush gekeken, De vrouwen van Jezus van Nazareth. Kijk vooral de programma’s via uitzending gemist, het is de moeite waard.

Read more

Het heeft veel mensen overvallen, ook mij, maar het is niet anders, ook deze Lock down komen we wel weer door. Onder andere door veel te lezen. Ik heb de afgelopen weken zo genoten van Ons soort mensen dat ik meteen haar nieuwste boek Onder buren heb besteld bij de bibliotheek. Wat een schrijfster. Het boek was genomineerd voor de Europese Literatuurprijs en terecht. Ik was gisteren aan een heel dik ander Duits boek begonnen van Uwe Johnson Een jaar uit het leven van Gesine Cresspahl, een boek van 1600 pagina´s, dat in een band is uitgegeven. Het schijnt in Duitsland in vier delen te zijn uitgegeven en had het boek bij mij een kans willen krijgen dan had de Nederlandse uitgever dat ook moeten doen. Na een uur kon ik het boek fysiek niet meer aan. Kussen op mijn schoot, twee kussens op mijn schoot, het was gewoon niet te doen. Daar kwam ook nog bij dat dit boek een terugblik is op het verleden van een Oost-Duitse vrouw (een herinneringskunstwerk las ik in de een recensie) en dat ik na Ons soort mensen veel meer zin had in een boek die de actuele situatie als uitganspunt heeft. Niet weer de Vietnamoorlog, het vluchten voor een autoritair regime, de heimwee, nee in Onze buren speelt ook de corona uitbraak een rol, actueler wordt het niet.

In Onder buren van Juli Zeh is Dora met haar hondje naar het platteland verhuisd. Ze had behoefte aan een nieuwe omgeving, meer bewegingsvrijheid, meer ademruimte. Tijdens de lockdown wilde ze niet in de grote stad blijven, en nu wordt ze geplaagd door de vraag waarnaar ze eigenlijk op zoek is in deze tijdelijke leegte. Is het afstand van haar vriend Robert, die met zijn activisme steeds verder van haar af komt te staan? Of hoopt ze erachter te komen waarom de wereld zo verwarrend is geworden?

In Bracken, een klein dorp in het niemandsland van Brandenberg, is het niet zo idyllisch als het op het eerste gezicht leek. Dora’s nieuwe huis is nog ongemeubileerd, de tuin is een wildernis en de busverbinding naar de stad is slecht. En dan is er ook nog de buurman, die met zijn rechtse uitspraken voldoet aan al haar vooroordelen over mensen met een kaalgeschoren hoofd. Terwijl Dora haar gedachten probeert te ordenen, ontmoet ze mensen die niet in een hokje passen en die al haar vastgeroeste ideeën op zijn kop zetten.

Als tussendoortje heb ik het boek My name is Lucy Barton van Elisabeth Strout gelezen, en ondanks dat het een prachtig boek is over persoonlijke worstelingen met het verleden en de invloed daarvan op het heden, lees ik toch liever historische romans. Dus ik was gisteren ook in het boek Gisele van Susan Smit begonnen wat ik na een half uur weer terzijde heb gelegd. Ik kan absoluut niet tegen de stijl van Susan Smit. Binnen een kwartier begint er al een kunstenaar hijgerig tegen Gisele aan te hangen en komen er zo veel clichés voorbij dat ik meteen maar gestopt ben. Dus nu moet ik opnieuw mijn kast in duiken om een nieuw boek te vinden.

Ik zit te denken aan Raadselvader van Jolande Withuis. Ik volg op het ogenblik de serie Andere tijden over de Koude oorlog en dat is de tijd dat ik zelf ook opgroeide. Ik vind het thema van de afvallige (zij werd als communiste opgevoed) interessant en ben ook geïnteresseerd in haar visie op een vader die je totaal niet gekend hebt. Heb ik zelf ook last van. Wie was die man ook eigenlijk. ga ik toch weer het verleden in, maar dit ligt wat dichter bij mij dan het boek van uwe Johnson.

De bekende schaakjournalist Berry Withuis (1920-2009) werd
grootgebracht in een gereformeerd gezin. Als twaalfjarige raakte
hij zijn geloof in God kwijt. Later werd hij communist en redacteur
van het dagblad De Waarheid. Zijn dochter Jolande (1949)
groeide op met haar vaders politieke overtuiging, maar ontwikkelde
zich als volwassene tot een vermaard critica van het communisme.
Die breuk met haar afkomst opende voor Withuis de
weg naar het schrijverschap en de wetenschap, maar leidde tegelijkertijd
tot een verwijdering tussen haar en haar vader. Na zijn
dood kon ze zich er niet bij neerleggen dat de man die zij als kind
had vereerd, zich als persoon nauwelijks had laten kennen. Met behulp
van onder meer zijn bvd-dossier reconstrueert ze in Raadselvader
zijn levensgeschiedenis.

Withuis’ scherpe en ontroerende ontleding van de verhouding
tot haar vader weerspiegelt onze recente wereldgeschiedenis en
biedt de lezer een blik van binnenuit op de Koude Oorlog: “Ik
was vijf en wist: wij zijn de vijand.’

Gelukkig komen de komende week vele mooie documentaires voorbij op NPO2, want je kunt niet de hele dag lezen. En ik heb ook nog een box liggen van Andrei Tarkovsky met vijf top-films waar onder De jeugd van Ivan en Stalker, die ik al gezien heb. Zware kost voor de kerst!!

Read more

Ik heb het al eerder over gehad, maar het blijft me bezig houden, mijn gesprek met een paar Tech-jongens in de bibliotheek die er van overtuigd waren dat computers na een bepaalde tijd zelflerend zouden worden. Ik zei dat ik beter dan computers, die met algoritmes werken, de collectievorming kon doen omdat ik 35 jaar ervaring had. Het lijkt er zo duimendik bovenop te liggen, dat wat je er in stopt gaat zichzelf steeds meer versterken. Ze zeiden dat ik het misschien nog tien jaar beter zou doen, maar dat daarna de computers het beter zouden doen. Ik geloofde er geen klap van, omdat het beginontwerp altijd door een mens wordt geprogrammeerd dus dat blijft altijd aan de basis liggen. We hebben de afgelopen jaren kunnen zien bij de belastingdienst wat er mis kan gaan als je met algoritmes gaat werken. Alle alarmbellen zouden toch moeten gaan rinkelen. Vorige week vrijdag las ik een interessant artikel over Timnit Gebru, een Ethiopische vluchteling in Amerika, die een hoge baan kreeg bij Google, maar vorig jaar haar baan kwijt raakte omdat ze een kritisch rapport schreef over vooroordelen in kunstmatige intelligentie. Google werkte toen nog steeds met PageRank, een systeem om websites te ordenen op relevantie. Ze waarschuwde voor het papagaai-effect. Als je KI traint met alle woorden op het internet, krijg je een verknipt beeld van de werkelijkheid. Zij was als persoon van kleur op een KI conferentie en constateert dat er van de 8.500 deelnemers zes van kleur zijn. Dat moest volgens haar gevolgen hebben voor de manier waarop mensen die onze technologie ontwerpen naar de wereld kijken. En zo is dat maar net.

Afgelopen maand richtte Gebru DAIR op, het Distributed artificial intelligence research instituut, dat de ethische kanten van KI onderzoekt. Ze wil mensen niet waarschuwen voor de machines, maar waarschuwen voor de mensen die machines bouwen. Ik zou het zo leuk vinden om nog eens te praten met die jongens van 7/8 jaar geleden die zo zeker van hun zaak waren. dat mis ik nog wel eens van het werk, een beetje sparren met mensen. Morgen lees ik weer een hoofdstuk in Ik weet je wachtwoord (het eerste hoofdstuk ging over wachtwoordbeheer en ik kwam er achter dat een ouderwets boekje zoals ik heb een prima alternatief is voor een app uit de appstore).

Afgelopen week lag het boek van Juli Zeh, Ons soort mensen, in de winkel. Die heb meteen meegenomen om te lezen en wat een heerlijk boek. Franzen kwaliteit staat er op de voorpagina, en daar is niets te veel gezegd. Wat een heerlijk boek. Een spiegel voor deze tijd, waarin stad en platteland tegenover elkaar staan. Maar de karakters zijn onovertroffen. En niet onbelangrijk, er zit behoorlijk wat humor in.

Juli Zeh heeft met ‘Ons soort mensen’ een meesterwerk geschreven. Het lijkt alsof Linda in het paradijs is beland in het dorp Unterleuten. Maar de plattelands-idylle wordt wreed verstoord wanneer een investeringsmaatschappij besluit er een windmolenpark te gaan bouwen.
Twee dorpsgenoten, een belegger en een boer, zijn bereid grond te verkopen voor een paar miljoen euro, maar dat grondgebied is nét te klein. Als Linda ook verkoopt is er wel genoeg plek. In gedachten ziet ze haar droom in vervulling gaan: eigenaar van een manege worden. Ze probeert het onderste uit de kan te halen.
Dan is er nog een doorgewinterde herrieschopper, die alles op alles zet om het windmolenpark tegen te houden. Oude geschillen steken de kop op in het dorp – hoeveel intriges kunnen de bewoners aan?
Juli Zeh ontleedt de personages meesterlijk en met subtiele humor en laat hun ware gezichten zien. ‘Ons soort mensen’ is een bestseller in Duitsland! 

En als dit boek uit is, vanavond weer een flinke bres slaan, ligt er al weer een nieuwe boek klaar van Elizabeth Strout, My name is Lucy Barton. En als dat bevalt is er net een vervolg op dit boek verschenen met de titel Oh William!

An exquisite story of mothers and daughters from the Pulitzer prize-winning author of Olive Kitteridge Lucy is recovering from an operation in a New York hospital when she wakes to find her estranged mother sitting by her bed. They have not seen one another in years. As they talk Lucy finds herself recalling her troubled rural childhood and how it was she eventually arrived in the big city, got married and had children. But this unexpected visit leaves her doubting the life she’s made: wondering what is lost and what has yet to be found.

Read more

Toen ik bijna vijf jaar geleden met dit blog begon was ik van plan om regelmatig over mode te schrijven. Dat is bijna niet gebeurd, volgens mij heb ik maar drie keer over mode geschreven. Mijn interesse was er niet meer zoals voorheen. Vooral de laatste twee jaar met corona is dat wel begrijpelijk. Ik vind het nog steeds leuk om mooie dingen uit vuilnis te vissen of anderen blij te maken met goed gekozen koopjes, maar voor de rest…Van de week kwam er toch iets voorbij dat ik even wil delen, de dood van Virgil Abloh van het modemerk Off-white. Als ik wel eens iets tegenkwam van hem in bladen was het alsof hij precies wist hoe ik er uit zou willen zien. Alles aan zijn mode spreekt me aan, het comfort, de kleurencombinaties, de prints, de humor. Ja, dit is mijn favoriete ontwerper. Een van zijn favoriete prints is het pied-de-cocq-dessin en laat dat nou ook mijn favoriete print zijn. Altijd als iets ik iets tegenkom van deze print moet ik het kopen (uiteraard van de straat of in de kringloop). Ik heb er broeken van truien, een jas, colberts, vesten en sjaals. En ik vergeet er vast nog wel een. Er zijn nog een paar van die prints die altijd weer aanspreken, zoals pied-de-poule, visgraat en paisley. In het artikel in de krant naar aanleiding van zijn dood las ik een interessante uitspraak van hem: de toekomst van de mode is GEEN mode. Kleren zijn nog maar heel even belangrijk. Wat bedoelt hij hier mee, dat zou ik nou heel graag willen weten. Bedoelt hij de dood van de dood van de grote modehuizen, de vervuilende impact van mode, ik heb geen idee. Jammer. Ga ik een keer uitzoeken.

Een man die ook heel graag in krijtstreep of visgraatjasjes rondliep was de wereldberoemd Kim Philby. Ik schreef vorige week over het boek van Ben Macintyre. Een spion onder vrienden. Wat een boek, ik heb het ook weer in een adem uitgelezen. Ik zat gisteren zelfs op youtube te kijken naar zijn beroemde persconferentie waarin hij verklaarde dat hij niet DE DERDE MAN was die ze zochten (CIA, FBI en de Britse geheime dienst). De twee andere Engelsmannen die waren overgelopen naar de Sovjet-Unie waren Burgess en Maclean, twee vrienden van hem. Hij was natuurlijk, bleek achteraf wel de derde man. Philby was zo totaal Engels met zijn pakken, zijn opleiding aan Eton en Oxford, zijn humor dat hij eenvoudigweg niet schuldig kon zijn voor zijn omgeving, het oldboys network. Hij heeft onnoemlijk veel slachtoffers gemaakt en als lezer ben je steeds meer verbijsterd dat hij zo hoog heeft kunnen klimmen in de hiërarchie terwijl alle alarmbellen allang af hadden moeten gaan.

De Koude oorlog zoals hij naar voren komt in dit boek bestaat niet meer, daar is grotendeels een cyberoorlog voor in de plaats gekomen. Alhoewel er hier en daar natuurlijk nog wel Russen opduiken die in het buitenland mensen vergiftigen. Over dat hacken maken zich niet alleen regeringen zorgen maar ook gewone burgers. Ik krijg ook steeds van die vervelende berichten op mijn blog. U wordt gevolgd, hackers kunnen zien wat u doet enz. Ik heb van de week in de bibliotheek het boekje, Ik weet je wachtwoord van Daniel Verlaan, die ik bij RTL4 voorbij zag komen. Misschien dat ik nog wat van op kan steken.

Je koopt iets op Marktplaats en even later wordt je bankrekening geplunderd; je slimme thermostaat is gegijzeld en zolang je niet betaalt blijft het 37 graden in je huis; je gloednieuwe beveiligingscamera zegt opeens ‘suck my dick’ tegen je. Het internet is een wereld vol mogelijkheden – ook voor criminelen. Het zijn griezelige, maar ook verbluffende verhalen. Met gevaren waar je je tegen kunt beschermen. Hoe? Daar weet techjournalist Daniël Verlaan alles van. Hij ging undercover in schimmige netwerken, sprak met de puber die de Nederlandse banken platlegde en zocht uit hoe een kleine arthousebioscoop op grote schaal onze computers gijzelde. Ik weet je wachtwoord wil je niet paranoïde maken, wel minder naïef. Lees de verhalen van Daniël Verlaan en wees voorbereid. Daniël Verlaan (1989) is een van de belangrijkste techjournalisten van het moment. Hij werkt voor RTL Nieuws. Vorig jaar ontving hij de Loep, de prijs voor de beste onderzoeksjournalistiek, en de Tegel, de belangrijkste journalistieke prijs van Nederland. 

En even nog als laatste: lees allemaal De koningen van Shanghai van Jonathan Kaufman. Wat een boek, je wordt er echt wijzer van, ook voor de wereld van nu.

Read more

Al die jaren was, net als velen, mijn blik gericht op Amerika, ik zal wat boeken over Amerika hebben gelezen (De laatste was De val van Amerika van….). Maar sinds China in opkomst is en binnen korte tijd de overmacht zal krijgen over Amerika, was ik geïnteresseerd in het boek van Jonathan Kaufman, De koningen van Shanghai, hoe twee rivaliserende joodse families meebouwden aan het moderne China. En wat ben ik onder de indruk. Iedereen zou dit boek moeten lezen om veel huidige problemen (teruggave van Hongkong en Taiwan, het autoritaire karakter van China) beter te begrijpen. Er stonden zoveel voor mij volstrekt onbekende dingen in, bijvoorbeeld de opvang van bijna 20.000 joden tijdens de Tweede wereldoorlog in Shanghai. Maar wat ik eerder gezegd heb over goede historische boeken schrijven die toch nooit saai worden, vertel het verhaal aan de hand van het lot van individuen, dan wordt het altijd boeiend. Lees de recensie hier beneden maar en je krijgt er zin in, inderdaad een episch boek van nog geen 400 pagina’s. Ik heb het echt in een ruk uitgelezen.

An epic, multigenerational story of two rival dynasties who flourished in Shanghai and Hong Kong as twentieth-century China surged into the modern era, from the Pulitzer Prize-winning journalist Shanghai, 1936. The Cathay Hotel, located on the city’s famous waterfront, is one of the most glamorous in the world. Built by Victor Sassoon–billionaire playboy and scion of the Sassoon dynasty–the hotel hosts a who’s who of global celebrities: Noel Coward has written a draft of Private Lives in his suite and Charlie Chaplin has entertained his wife-to-be. And a few miles away, Mao and the nascent Communist Party have been plotting revolution. By the 1930s, the Sassoons had been doing business in China for a century, rivaled in wealth and influence by only one other dynasty–the Kadoories. These two Jewish families, both originally from Baghdad, stood astride Chinese business and politics for more than 175 years, profiting from the Opium Wars; surviving Japanese occupation; courting Chiang Kai-shek; and losing nearly everything as the Communists swept into power. In The Last Kings of Shanghai, Jonathan Kaufman tells the remarkable history of how these families participated in an economic boom that opened China to the world, but remained blind to the country’s deep inequality and to the political turmoil at their doorsteps. In a story stretching from Baghdad to Hong Kong to Shanghai to London, Kaufman enters the lives and minds of these ambitious men and women to forge a tale of opium smuggling, family rivalry, political intrigue, and survival. The book lays bare the moral compromises of the Kadoories and the Sassoons–and their exceptional foresight, success, and generosity. At the height of World War II, they joined together to rescue and protect eighteen thousand Jewish refugees fleeing Nazism. Though their stay in China started out as a business opportunity, the country became a home they were reluctant to leave, even on the eve of revolution. The lavish buildings they built and the booming businesses they nurtured continue to define Shanghai and Hong Kong to this day. As the United States confronts China’s rise, and China grapples with the pressures of breakneck modernization and global power, the long-hidden odysseys of the Sassoons and the Kadoories hold a key to understanding the present moment.

Omdat we weer in de Lock down (verplaats je zo weinig mogelijk) zitten heb ik vanmiddag tijd om met een ander boeiend boek te beginnen, Een spion onder vrienden Kim Philby, de grootste dubbelagent aller tijden van Ben Macintyre. Het blijft een boeiend fenomeen dat mensen onopgemerkt dubbel levens kunnen leiden.

Een mijlpaal in de geschiedschrijving van de Koude Oorlog, onmisbaar voor liefhebbers van geschiedenis en spionageromans. Ben Macintyre is een Brits historicus, auteur en journalist. Hij publiceert onder meer in The Times en hij maakte documentaires over oorlogsspionage voor de BBC. `Leest als een spionageroman van John le Carré. de Volkskrant ***** `Macintyre schrijft met de ijver en het inzicht van een journalist en de verve van een geboren verhalenverteller. Dit is even goed als John le Carré op zijn best.

Over dubbellevens gesproken, ik heb net bij de bibliotheek ook het nieuwste boek Van Emmanuel Carrere Yoga besteld. Ik heb al drie boeken van Carrere gelezen en was vooral onder de indruk van zijn boek De tegenstander, ook over een man met een dubbelleven. Wat me vooral in de recensie aansprak was dat Carrere tot het inzicht komt dat je nooit in balans kan zijn, alleen tijdelijk, en dat alles je van de sokken kan blazen. Op het hetzelfde moment dat ik dit noteer, schiet me het interview te binnen van de honderdjarige vrouw die vanochtend in de Volkskrant stond. Ze vertelt dat ze tijdens de Lock down zo ontregeld raakte dat ze soms op een ochtend dertien sigaretten rookte (ze had leren roken in de tweede wereldoorlog) Wat een apart detail in een interview. Daar zit zo veel meer achter wat ik graag zou willen weten. Ook heb ik nog het boek liggen van R.C. Sheriff, Twee weken weg. Het zat in de kist op mijn werk en ik werd aangetrokken door de quote van Kazuo Ishiguro op de voorpagina, Een opbeurender roman dan deze kan ik op dit moment niet bedenken.

Een schrijver denkt evenwicht in het leven te hebben gevonden en begint te schrijven aan een boek over yoga, dat hij al meer dan een kwarteeuw beoefent. Maar weldra valt het serene zelfbeeld aan gruzelementen, verschijnen gebreken, leugens en verraad aan de oppervlakte en opent zich een afgrond. Zijn persoonlijk leven, zijn liefdesleven, het maatschappelijk leven (terroristische aanslagen en vluchtelingencrisis) – alles begint te wankelen. En wat als alles een illusie blijkt te zijn? De schrijver belandt in een psychiatrische inrichting in Parijs en wordt behandeld met elektroshocks: als er geen genezing is voor dit kwaad, kan hij altijd nog proberen het te beschrijven.

Read more

Hoe is het mogelijke dat ik twintig keer in Spanje ben geweest en nooit Valencia heb bezocht. Ik zat altijd in de hoek Madrid, Extremadura, Galicië en het zuiden. Nadat Valencia het Calatrava project heeft voltooid (Ciudad de las artes y sciencias) bijna 15 jaar geleden is de belangstelling van de Nederlanders verlegd van Barcelona naar Valencia. En wat een heerlijke stad. De fantastische stranden en door de hele stad als een slang De Jardin De Turia, dat maakt een stad toch veel leefbaarder. Nadat in 1956 de rivier de Turia enorme schade aanrichtte en vele doden eiste werd de rivier verlegd en de oude rivierbedding omgetoverd tot een groot park met veel sportvelden. Iedere Valenciaan kan de stad ontvluchtten en heeft op loopafstand een heerlijk park. Want behalve de Tuin van Turia zijn er door de hele stad nog vele fijne parken. Een enorme attractie was ook de fietsmogelijkheden. Door de hele stad loopt een, afgescheiden van het overijke verkeer, rode lint voor de fietsers. En als je niet wilde fietsen kon je heel goedkoop taxi’s nemen. Ik heb heel wat zitten babbelen met diverse taxichauffeurs. Economisch is de situatie in Spanje nog steeds heel slecht. Een taxichauffeur was voor de crisis van 2008 buschauffeur geweest, een ander treurde over het feit dat zijn dochter in Duitsland was gaan werken en dat hij zijn kleinkinderen niet op zag groeien en Duitsertjes zag worden. Als voorbereiding op de reis had ik, naast het consulteren van een collega die de stad goed kent, het boek van Jan Brokken Stedevaart gelezen, waarin hij zijn bezoek aan Valencia beschrijft.

We hebben ontzetten genoten van de stad en de omgeving (oa Xativa (het mooiste kasteel wat ik ooit heb gezien zie boven) en Albufera met zijn rijstvelden) maar er was toch een rouwrandje aan de reis vanwege ziek en zeer om me heen, waardoor we voor het eerst in 23 jaar met zijn drieën de reis maakten in plaats van met zijn vieren. . Tijdens de reis overleed ook nog een goede vriend, waarvan ik gisteren afscheid heb genomen.

Ik had wel een fantastisch boek mee van Jonathan Franzen, Kruispunt.

Het is 23 december 1971, het weerbericht belooft een witte kerst en ieder lid van de familie Hildebrandt staat op een kruispunt. Vader Russ, hulpprediker van een progressieve kerk in een voorstadje van Chicago, wil zich bevrijden uit zijn liefdeloze huwelijk – zonder te weten dat zijn labiele vrouw Marion met dezelfde gedachte speelt. Hun oudste zoon Clem komt voor de feestdagen naar huis met een beslissing die zijn vader zal verbijsteren. Clems zusje Becky, vanouds de populairste cheerleader op haar school, is onder de bekoring geraakt van de hippiecultuur, en hun puberbroer Perry is het beu om als drugsdealer het geld bijeen te sprokkelen voor zijn eigen verslaving. Iedere Hildebrandt is op zoek naar een beter leven en ziet zich daarin door de anderen gedwarsboomd. Jonathan Franzen wordt al jaren geprezen om zijn onvergetelijke personages en zijn scherpe beeld van het moderne Amerika. Nu, in Kruispunt, tekent hij de generatie die aan de wieg stond van onze hedendaagse dilemma’s. Een tijd waarin alles anders was en toch ook wezenlijk hetzelfde. Met zijn karakteristieke humor en briljante verhaallijnen neemt hij ons vijftig jaar mee terug, naar een wereld waarin we kunnen zien wie we altijd al zijn geweest. Kruispunt is, meer nog dan Franzens vorige romans, een krachttoer van verweven perspectieven, briljante observaties en een constante verhalende spanning. Een radicaal onderzoek naar de menselijke mythe met de familie Hildebrandt, die de politieke, intellectuele en sociale tegenstromen van de afgelopen halve eeuw bezeilt.

Onze boekenclub van aanstaande vrijdag kan opnieuw niet door gaan omdat tijdens mijn vakantie een soort lock down light is in gegaan, dus je mag met niet meer mensen samenkomen dan vier personen. Hermans moet dus maar even wachten. Wat er ook nog op me ligt te wachten is het boek van Jonathan Kaufman, De koningen van Shanghai.; hoe twee rivaliserende joodse families meebouwden aan het moderne China.

Koningen van Shanghai is het even bizarre als overrompelende verhaal over twee joodse families die in de negentiende eeuw uit Bagdad vluchtten en na enige omzwervingen in Shanghai terechtkwamen. Daar werden ze steenrijk met de smokkel van opium, de bouw van onroerend goed en de economische ontwikkeling van de regio. Door toedoen van hun nazaten, Victor Sassoon en Lawrence en Horace Kadoorie, groeide Shanghai binnen enkele jaren uit tot ‘het Parijs van de Oriënt’.
Door de speciale status van Shanghai als Internationale Vestiging zagen deze drie mannen in de jaren dertig van de twintigste eeuw kans 18.000 Europese joden in Shanghai onder te brengen en uit de klauwen van de nazi’s te redden. Ook tijdens de Japanse bezetting bleven deze vluchtelingen ongemoeid. Pas met de overname van Shanghai door de communisten was de rol van de tycoons in Shanghai uitgespeeld. Koningen van Shanghai is een fascinerende geschiedenis over ongehoorde rijkdom en weelde, ontreddering en grote persoonlijke moed.

Read more

Al die boeken die gerecenseerd worden die je wilt lezen, hoe krijg je het voor elkaar? Zeker als er dingen om je heen gebeuren die al je aandacht vragen en waardoor je helemaal uit je concentratie raakt. Daar zal ik niet op ingaan, want te privé. De boeken die ik nu op mijn lijstje heb gezet zijn de nieuwste van Jonathan Franzen Het keerpunt, en Het alles van Dave Eggers. Ik las een half uurtje geleden de recensie van het laatste boek (is het een roman, een pamflet, een essay) en bedacht dat ik dit boek misschien wel kan overslaan omdat ik zelf moet gaan nadenken over hoe ik tegenover de voortschrijdende technologie moet staan. Ik kreeg recentelijk een smartwatch van een vriend cadeau waarop ik mijn slaap kon monitoren, mijn gezondheid kon regelen en ik dacht na een dag, weg er mee!!! Ik slaap prima, ik probeer zo gezond mogelijk te leven en ik wil niet elke wandeling kijken of er wel 10.000 stappen zijn gezet. Ik erger me al aan dat horloge (die die vriend wel draagt) als hij bij een vaste wandeling die we wel eens doen bij 8.000 stappen een piep geeft. Zonder die piep weet ik dat namelijk ook. Gisteren was ik bij mijn oude vriend Anton van 92 op bezoek en die had een bedrijf besteld om zijn Netflix weer te fixen, want die was ineens verdwenen van zijn scherm. De man die het kwam regelen was 72, had 40 jaar bij dat bedrijf gewerkt, maar er was personeel te kort zodat hij weer bijna fulltime aan het werk was. Hij vertelde dat door een software update het Neflix logo was verdwenen. Hij zette de televisie weer op de oude software. Ik vertelde dat mij dat ook regelmatig ook overkwam, door een nieuwe update van de software gebeuren er soms vreemde dingen. We hadden het even over de grote digitale kloof die ontstaat tussen de mensen die de technologie bij kunnen benen en zij die dat niet kunnen (of willen). dat zou een levensgroot probleem worden in de maatschappij volgens die man, en zo is het ook. Hij ging de oude Anton nog even uitleggen wat de geneugten van Youtube zijn, maar ik denk niet dat deze daar veel gebruik van gaat maken. Er is al zoveel keuze op Netflix, hij kan al niet alles kijken wat hem wordt aanbevolen.

Van Franzen had ik net met veel plezier Zuiverheid gelezen en dat was weer een feest. Ook in dit boek weer een familie centraal die allemaal ongelukkig zijn.

Het is 23 december 1971, het weerbericht belooft een witte kerst en ieder lid van de familie Hildebrandt staat op een kruispunt. Vader Russ, hulpprediker van een progressieve kerk in een voorstadje van Chicago, wil zich bevrijden uit zijn liefdeloze huwelijk – zonder te weten dat zijn labiele vrouw Marion met dezelfde gedachte speelt. Hun oudste zoon Clem komt voor de feestdagen naar huis met een beslissing die zijn vader zal verbijsteren. Clems zusje Becky, vanouds de populairste cheerleader op haar school, is onder de bekoring geraakt van de hippiecultuur, en hun puberbroer Perry is het beu om als drugsdealer het geld bijeen te sprokkelen voor zijn eigen verslaving. Iedere Hildebrandt is op zoek naar een beter leven en ziet zich daarin door de anderen gedwarsboomd. Jonathan Franzen wordt al jaren geprezen om zijn onvergetelijke personages en zijn scherpe beeld van het moderne Amerika. Nu, in Kruispunt, tekent hij de generatie die aan de wieg stond van onze hedendaagse dilemma’s. Een tijd waarin alles anders was en toch ook wezenlijk hetzelfde. Met zijn karakteristieke humor en briljante verhaallijnen neemt hij ons vijftig jaar mee terug, naar een wereld waarin we kunnen zien wie we altijd al zijn geweest. Kruispunt is, meer nog dan Franzens vorige romans, een krachttoer van verweven perspectieven, briljante observaties en een constante verhalende spanning. Een radicaal onderzoek naar de menselijke mythe met de familie Hildebrandt, die de politieke, intellectuele en sociale tegenstromen van de afgelopen halve eeuw bezeilt.

Afgelopen week ook een boek gelezen waar ik erg in teleurgesteld was. Het weekend van Charlotte Wood, door de Times uitgeroepen tot Boek van jaar 2020. Ik vond het clichématig, symboliek er te dik bovenop (de zeventigers die de hele tijd een strevende hond om zich heen hebben), de dialogen niet aanspreken. Ik werd er eigenlijk een beetje treurig van, is dit hoe vriendschappen eindigen. Ja, ik denk het wel, maar ik wil liever iets filosofischer.

Een boek dat ik wel met veel plezier aan het lezen ben, dat eindelijk na maanden binnen was gekomen in de bibliotheek, is Het boek De jacht op de barnsteenkamer van Jerker Spits. Heerlijke non-fictie, verpakt in een spannend verhaal, waar je veel van opsteekt.

De communisten en de nazi’s zaten er achteraan, de Stasi maakte er decennialang jacht op, en het is misschien wel het grootste vermiste kunstwerk uit de geschiedenis: de barnsteenkamer. In de achttiende eeuw liet Frederik i van Pruisen een kabinet van kostbaar barnsteen bouwen. Zijn zoon schonk het aan tsaar Peter de Grote, waarna het meer dan twee eeuwen bezoekers van het tsarenrijk bleef verbazen. Na 1945 verdween de kamer spoorloos. Hoe kon dit kunstwerk zomaar in rook opgaan? Jacht op de barnsteenkamer gaat over de hoop en illusies van schatjagers en hun liefde voor kunst. Jerker Spits vertelt over hun speurtochten, die zich afspelen tegen het decor van de twintigste eeuw: de Russische Revolutie, de opkomst van het Derde Rijk, de Duitse deling en de Val van de Muur. En passant behandelt Spits alles wat er over barnsteen te vertellen valt. Toon minder

Read more

Voor het eerst in een vliegtuig na anderhalf jaar corona. Het viel mee. In Nederland een keer coronacheck, In Kroatië drie keer controle. Hoorde net op de radio dat Marokko weer zijn vluchten staakt met Nederland en Duitsland. In Nederland gaat het dus weer helemaal fout, waardoor er weer allerlei belemmeringen met reizen worden opgeworpen. Over ruim twee weken staat er ook nog een weekje Valencia op de agenda, maar als we de komende weken helemaal donkerrood kleuren zou dat nog wel eens een probleem kunnen zijn. Wie had kunnen bedenken dat het allemaal zo lang zou duren. Vorig jaar november zouden we ook naar Valencia maar dat ging uiteraard niet door, dat het een jaar later weer een probleem zou kunnen worden was niet eens bij me opgekomen. Allemaal gevaccineerd toch, nee dus. Ik had me al weer verheugd op een weekje vakantie en had maandag al een paar gidsjes gehaald uit de bibliotheek. Misschien blijft het ook dit keer alleen bij plaatjes kijken op het internet. Omdat ik geen nieuwe titels te melden heb (ik herlees een aantal klassiekers van W.F.Hermans voor de boekenclub), hier een boekentips van al gelezen boeken.

Het is woensdag en dus VPRO-gids dag. Heb weer een aantal goeie tips genoteerd. Ik kwam de afgelopen ook een paar namen tegen van schrijvers waar ik erg van genoten heb, en deze week was dat Giuseppe Tomasi de Lampedusa van het boek De tijgerkat. Over de neerging van de Siciliaanse adel. De documentaire op Arte ging niet specifiek over dit boek, maar over zijn relatie met een rijke adellijke dame.

In 1860 landt Garibaldi bij Marsala om Sicilië in te lijven bij de nieuwe, liberale eenheidsstaat Italië. Het is gedaan met de Bourbons en met de feodaliteit: de platte, berekenende burgerij neemt de macht over. Don Fabrizio, prins van Salina, ziet deze ontwikkeling met lede ogen aan, maar voelt zich machteloos tegenover de geschiedenis en zoekt troost in zijn studie van sterren en planeten. Zijn pupil Tancredi weet zich wel aan te passen aan het nieuwe bestel. Hij kiest de kant van Garibaldi, trouwt met de dochter van een steenrijke dorpsburgemeester en zal een hoge positie bekleden in de nieuwe staat.
De tijgerkat schetst een bedwelmend beeld van Sicilië. Het landschap wordt in geuren en kleuren beschreven en de mensen komen werkelijk tot leven. De beschrijving van de dood van de prins is een van de mooiste sterfscènes van de wereldliteratuur.

Een naam die ik twee weken geleden tegenkwam riep ook veel herinneringen op, die van Dino Buzatti van het boek De komst van de tartaren. Ik schreef daar anderhalf geleden ook al over in het begin van de corona-Lock down. Ik was de afgelopen week in de, hoog op een berg gelegen onneembare vesting Sokol Grad, gebouwd om de Ottomanen en ander gespuis tegen te houden. Vanuit deze positie kon je ieder leger aan zien komen, maar wat moet dat een geestdodende en ellendige baan zijn geweest voor de soldaten die daar gelegerd waren. helemaal de sfeer die Dino Buzatti beschrijft in zijn bijzondere boek.

The role of the fortress changes over time. In addition to its religious function, the prehistoric fortress also protected the inhabitants of the village below it. Ancient Roman and late antiquity Byzantine fortresses had to defend the Konavle region from external enemies and barbarians. In the Middle Ages, Konavle was primarily under the authority of the neighbouring states, although it enjoyed a special political position. Fort Sokol no longer had to defend Konavle from neighbouring rulers because they were already in Konavle. These feudal lords now enforced payments from their lands in Konavle from Sokol. With the arrival of people from Dubrovnik this system changed radically. They oversaw Konavle and managed their revenues from the Rector’s Court in Saint Martin (Pridvorje) and Sokol took on a role similar to that of Justinian’s castrum from the 6th century: the defence of territory acquired from external enemies.

Read more