Klassenstrijd

Ik las vanmorgen in de Volkskrant een interview met twee politicologen die zich bogen over de onverwachtse uitkomst van de verkiezingen in november. Een opmerking van politicoloog Tarik Abou-Chadi ‘in dat opzicht is links wel schuldig . Al heel lang bedrijft het geen klassenpolitiek meer. In de jaren 60/70/80 beloofden de sociaal-democraten veel meer verandering. Ze hadden een vijand waartegen ze campagne voerden, het kapitalisme’. En hij zegt ook dat omdat de sociaal-democraten een technocratische stijl hebben aangenomen als een deel van het establishment worden gezien. Daardoor is er een vacuüm ontstaan waarin radicaal-rechts een nieuw klassen-narratief heeft kunnen creëren.

In België is momenteel iemand actief die het wel lukt om een nieuw narratief te ontwikkelen voor links. Ik las een maand geleden in de Groene Amsterdammer over de Belg Paul Mertens, waar ik heel enthousiast van werd. Hij heeft al 9 boeken op zijn naam staan waarin hij kritische academische analyses van het mondiale kapitalisme weet te vertalen in opzwepende publieksboeken door ze te illustreren met goedgekozen voorbeelden van gewone burgers die in opstand komen. In 2008 begon zijn strijd tegen het kapitalisme in het boek Op mensenmaat , waarin hij laat zien wat er mis is met een economie en een politiek die op de leest van het grootkapitaal is geschoeid. Met zijn boek Hoe durven ze? waarin hij een aanval doet op de technocraten van Brussel met hun genereuze reddingsactie van banken en financiële instellingen (een verpauperingsmachine voor de werkende klasse) werd hij een BB, bekende Belg (het boek werd omgezet in een vijfdelige web-serie). Tussendoor schreef hij nog Graailand (over belastingontduiking) en Ze zijn ons vergeten (over ‘de onmisbaren die in de coronajaren het meest te lijden hadden). En nu is er zijn nieuwste boek Muiterij (0ver hoe het mondiale kapitalisme de belangen van de bezittende klasse dient en die van de werkende klassen schaadt) waarin hij weer pleit voor de strijd die voor de werkende klassen overal hetzelfde is en die dus mondiaal moet worden…’Als we de muiterij van het noorden de hand kunnen laten geven aan de muiterij van het zuiden, en andersom, kunnen we de wereld doen laten kantelen in de democratische, sociale en ecologische richting die onze planeet nodig heeft’. Ik ben natuurlijk meteen naar de bibliotheek gerend om dat boek te halen, maar de naam Paul Mertens kwam niet eens in het bestand voor!!! Verder legt het boek ook goed uit waarom extreem rechts zo aantrekkelijk is geworden overal in Europa (vals gemeenschapsgevoel, bieden van zekerheden). Het kapitalisme is er op gericht om de mensen klein te maken, zich breekbaar te laten voelen, eenzaam ook. De arbeidersbeweging is bedoeld om om dat te bestrijden, zonder jou zou alles niet bestaan. Dus moeten we klassen weer terug voorop zettenen daar het narratief omheen plooien. Er moet weer gehamerd op het aambeeld van de klassenstrijd…We moeten naar een ander systeem. Nou ja, ik zou zeggen, lees dat artikel van Ewald Engelen in nummer 4 van de Groene in de serie Vroedkundigen van het nieuwe. Jammer dat ik daar niets van teruglees in het artikel vandaag in de Volkskrant. Misschien moet ik het boek maar zelf gaan kopen.

Wat heb ik wel gelezen de afgelopen weken; Wie het mooist valt van Sara Novic (0ver de gevolgen van de oorlog in voormalig Joegoslavië), Onlusten van J.G. Farrell (in gestopt, geen zin in oorlog Engeland/Ierland), Monika Helfer Bagage (mooi over invloed familie op een leven) en als laatste een verrassend boek De wereldwandelaars, een verbond van idealisten van Wim Willems. Dat is mooi, ik ben begonnen met een idealist en ik eindig met een boek waarin het idealisme nog hoogtij vierde. Heel leuk om te lezen, vanavond verder….

Ze werden voor een dubbeltje geboren. Geestdriftige jonge mannen en vrouwen, twintigers, afkomstig uit volkswijken in Den Haag, Delft en Amsterdam. Ze vonden elkaar in hun idealen: geheelonthouders waren ze, vegetariërs, pacifisten, strijdend voor sociale gelijkheid en op zoek naar vrijheid in de natuur. Ze noemden zichzelf ‘wereldwandelaars’, en in de zomer van 1911 vertrokken ze vanaf de Dam voor een voetreis van jaren. Onderweg deden ze voor kranten en tijdschriften verslag van hun avonturen – tot de Grote Oorlog uitbrak en de kleine karavaan in Palestina met een schok tot stilstand werd gebracht.
Wim Willems, zelf opgegroeid in een arbeidersgezin, reconstrueert de strijd die de vrienden moesten voeren om los te breken uit het milieu waarin ze opgroeiden. Hij volgt de reizigers niet alleen op hun tocht door Europa en het Midden-Oosten, maar gaat ook op zoek naar de bronnen van hun idealisme en laat zien hoe het hun verging toen ze ouder werden.
Zijn idealen, hoe vurig beleden ook, wel bestand tegen de tand des tijds?