Boekentips

In 1980 kocht ik mijn eerste vliegtuigticket naar Mexico voor 1000 gulden. Ik had er het hele jaar voor gespaard. Zesentwintig jaar later besprak ik bij RTVNH een boek  van Jan Juffermans Nut & Noodzaak van de mondiale voetafdruk en kwam er achter hoe groot de impact van vliegen op het milieu was. Ik door omstandigheden al een tijdje gestopt met autorijden, dus suste is mezelf met het idee dat ik dan wel twee keer per jaar met het vliegtuig naar het buitenland mocht. Want vanaf het moment dat ik dat boek had gelezen wilde ik me bewust zijn van alles wat mijn voetafdruk bepaalde.

 

In De Groene van 22 februari staat een mooi artikel over de toekomst van het vliegen. Daarin het verhaal van Peter Kalmus die als klimaatwetenschapper uitrekende wat hij verbruikte van zijn CO2-voetafdruk met het vliegen. Hij schrok zo van de uitkomst dat hij stopte met vliegen. In 1996 stuntte Easyjet door te adverteren met een enkeltje Londen voor 99 gulden. Tussen 1990 en 2010 explodeerde het aantal passagiers van 1 miljard naar 2,6 miljard. En toch bleef de luchtvaartsector buiten schot op de klimaatconferentie in Parijs (the elephant in the room).

De actiegroep Transport & Environment strijdt al jaren voor maatregelen om de luchtvaartemissies terug te dringen. Er is maar een oplossing, vliegen moet veel duurder worden. De politiek en de luchtvaartsector denken dat burgers daar niet aan willen en houden elkaar in gijzeling. Maar ik zag afgelopen week een aantal gestrande reizigers door de staking van piloten die allemaal zeiden dat ze bereid waren meer te betalen voor hun ticket. Politici moeten zich bewust zijn dat we natuurlijk graag willen vliegen en wereldburgers willen zijn. Maar tegelijkertijd weten we ook dat ongelimiteerd vliegen niet meer kan als we de opwarming van de aarde tegen willen houden.

Een lichtpuntje. De EU besloot om het vliegverkeer op te nemen in haar klimaatdoelen.

Read more

Vorig jaar werd het boek De officier van Robert Harris uitgeroepen door Vrij Nederland  tot de thriller van het jaar. Op aanraden van een literair georiënteerde vriendin ben ik het toch gaan lezen en ik was meteen verkocht. En ik niet alleen, ook verschillende andere leden van de boekenclub hebben ademloos het verhaal over de Dreyfuss-affaire gelezen. Wat een research, wat een details, wat een opbouw van de spanning naar een climax. Diezelfde literaire vriendin zegt dat bijna alle romans op driekwart van het boek instorten, maar deze blijft tot op het laatst spannend, terwijl je de afloop al weet.

Afgelopen week heb ik halverwege het zeer dikke boek De zijderoute van Frankopan  weggelegd omdat ik zin had in iets anders. Het vraagt behoorlijk wat doorzettingsvermogen om in deze geschiedenis door te blijven lezen. Zoveel feiten, zoveel geschiedenissen die door elkaar heen lopen, het blijft taai. Omdat ik nu beland was bij de overgang van de macht van het Oosten naar het Westen, waar we veel meer over weten door ons geschiedenis onderwijs ben ik even gestopt, om het misschien later nog weer eens op te pakken. Niet iedereen schrijft zoals Russel Shorto in Amsterdam, of Geert Mak Reizen zonder John, op zoek naar Amerika, of Martin Bossenbroek, De boerenoorlog die hangen een boek over geschiedenis op aan historische figuren, een fantastische methode.

Gisteren diepte ik tijdens het sorteren van de boeken een van de laatste van Robert Harris op uit een kist. Conclaaf, het verhaal over de verkiezing van een nieuwe paus in de Sixtijnse Kapel. Ik kon het gisteravond al bijna niet meer neerleggen, zo spannend. Morgen in de trein mag ik weer verder. En dat terwijl ik helemaal niet van thrillers houdt. Maar dit boek is net als De officier zoveel meer, en dan vooral vanwege de mensenkennis die Harris heeft. Devote mannen in de ban van een machtsspel. Heerlijk.

Read more

Vrijdag hadden we weer de tweemaandelijkse boekenclub. We waren het er allemaal over eens dat de trilogie over de Franse Revolutie van Hillary Mantel nog niet de kwaliteiten had die haar latere romans wel hebben. Ze schreef het boek toen ze vierentwintig was! Iedereen was constant Wikipedia aan het raadplegen om wijs te worden uit de gebeurtenissen. Dat lijkt me een zwakte van het boek.

De titels die voorbij kwamen die de moeite waard waren: Robert Seethaler, De Weense sigarenboer, Jane Howard‘s Cazalet-kronieken,  Lichte jaren, Aftellen, en Verwarring, David Foenkinos, Herinneringen, Robert Harris, De officier, Jane Gardam’s trilogie over Raj kinderen en Maxim Februari Klont.

En de mannen waren het met me eens, mannen gaan meer lezen naarmate ze ouder worden, bij voorkeur historische romans en biografieën.

Read more

Ik vroeg de conducteur vanochtend in de trein of hij het artikel van Sander Heijne in de Volkskrant over marktwerking al had gelezen. Dat had hij niet. Moest hij wel doen hoor. Hij zou het doen. Het artikel Samen krijgen we de markt wel klein van Sander Heijne, is zo’n artikel waar je een goed humeur van krijgt. Dit artikel gaat over zijn boek Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u dat 20 februari verschijnt. Het gaat over dertig jaar marktwerking in Nederland, en dan vooral in de publieke sector, waaronder de NS. Ik reis veel met de trein en moet vooral niet denken dat de chaos van tegenwoordig iets te maken heeft met vallende blaadjes, ijs en looddiefstallen. Het komt door de opsplitsing van NS in NS en Prorail (vroeger gingen machinisten zelf met gasbranders wissels ontdooien, maar dat mag niet meer).

Marktwerking in de publieke sector heeft bijna nooit geleidt tot goedkoper en beter, integendeel. En de meeste beleidsmakers weten dat. Marc Chavannes schreef daar al eens over in Niemand regeert uit 2009, ooit door mij besproken bij RTVNH. Onderzoek naar aanleiding van het boek leidde tot de conclusie dat privatisering dingen complexer en bureaucratischer maakt. Maar er veranderde niets. Volgens Sander Heijne komt dat door de lobby van bedrijven die verdienen aan de marktwerking en door ‘ideologische luiheid’. Toch is Heijne hoopvol voor de toekomst omdat politici wel gevoelig blijken voor concrete wensenlijstjes van burgers met een brede achterban. Hij noemt recente voorbeelden acties die geleid hebben tot verandering; de huisartsen en Hugo Borst zijn mooie voorbeelden. Ik zelf noem programma’s als De monitor en Radar.

In navolging van deze activisten roept Heijne ons op om als beroepsgroep die worstelt met de doorgeschoten marktwerking de handen ineen te slaan. Sociale media zijn hierin een mooi instrument om mensen te mobiliseren. Eenmaal samen moet er een inventarisatie komen van de problemen, zodat het beleid met concrete voorstellen en gerichte acties weer de juiste kant opgeduwd kan worden. Het succes van de acties zal steeds afhangen van de redelijkheid van de eisen, dat laten Borst en de huisartsen zien. We zijn veel machtiger dan we denken.

 

Read more

Ik ben er van overtuigd dat er anders wordt gelezen door vrouwen dan door mannen. Mannen lezen sowieso meer non-fictie dan vrouwen, en de thrillermarkt wordt ook grotendeels bepaald door mannen (de thrillermarkt voor vrouwen bestaat pas sinds een jaar of tien). Ik vond ook dat bibliotheken zich te veel richtten op vrouwen omdat volgens onderzoeken vrouwen de veellezers zijn. Ik had altijd het idee dat dat anders zou kunnen en moeten. De mannen in mijn boekenclub zijn allemaal veellezers, echte boekaholics. Terwijl wij vrouwen veel tijd kwijt zijn aan allerlei sociale verplichtingen laten mannen zich daar meestal niet veel aan gelegen liggen en lezen lekker door. Ik heb er al een aantal gespot in de boekafdeling, ze komen elke week en zijn vertegenwoordigd in alle leeftijdcategorieën. De jongere vraagt meestal advies (de klassieken!!), de oudere veellezer zoekt zelf. Meestal gaat er een hele stapel mee. Willem Westeijn, die daar een boek over schreef, leest er honderd per jaar, twee per week, Maarten ‘Hart leest er bijvoorbeeld vier per week. Ik ken ook persoonlijk alleen mannelijke boekaholics geen vrouwelijke, alhoewel die er vast wel zullen zijn. Ik heb een paar jaar geleden een artikel  geschreven in Bibliotheekblad over het bewaren van de klassieken.

file:///C:/Users/Agnes%20Klitsie/Downloads/Waarom%20zouden%20we%20de%20klassieken%20bewaren_%20(1).pdf

Een andere groep is de (meestal maar niet alleenstaande) man die verlegen zit om een loopje en eventueel een praatje. Ze zijn vaak gepensioneerd of werkloos of zitten in nachtdienst. Ze houden van het informele karakter van een kringloopwinkel en zijn meestal geen lid van een bibliotheek. Uit de serie van Het succes van de kringloopwinkel bleek al dat deze plekken nog  de enige openbare ruimtes zijn waar je iedereen kan tegenkomen. Ik heb de afgelopen vijf maanden tot mijn plezier gezien dat er meer mannen dan vrouwen komen (ik schat 70/30), in de bibliotheek was dat andersom. Het is meegenomen als ze iets van hun gading vinden (in een kringloop kost het je ook niet al te veel als je een miskoop doet), maar het uiteindelijk doel is de ontmoeting.

Onlangs deed Jan Meerman, directeur CBW-Mitex, een interessante uitspraak: “Winkels moeten als kroegen worden.” Op BNR nieuwsradio bepleitte hij dat de winkel een sociale ontmoetingsplaats moet zijn waar gelijkgestemden elkaar treffen. Een visie met potentie? De mogelijkheden om op internet gelijkgestemden te vinden zijn eindeloos, en vooral, laagdrempelig. Ga online en je hebt zo forums gevonden gevuld met  mensen die graag boeken lezen, vaak vol met oproepjes om een leesclub te beginnen. Offline verzamelen deze mensen zich ook. Dagelijks krijgt een boekenwinkel hordes mensen over de vloer welke allen dezelfde interesse hebben. De winkel heeft alle ….

Wat wel al opvalt aan de vier profielen die ik tot nog toe heb geschetst dat ze alle vier door alle leeftijden heen lopen, De profielen waar ik in de bibliotheek mee moest werken waren meestal gebaseerd op leeftijd en dus op fases in het leven. Een totaal andere benadering.

Morgen heb ik weer boekenclub. Daarover een verslag volgende week dinsdag. Tot dan…

Read more

Ik had er nog wel zo’n zin in, Het leven in tijden van vrede van Francesco Pecoraro. Het zat zowaar in een boekenkist, terwijl het net nieuw is en ik er al een tijdje op zat te wachten bij de bibliotheek. Ik begon er gisteren in trein aan en ondanks dat ik er de kwaliteiten van zag ging het me gedurende de reis steeds meer tegen staan. Een zeventiger die terugblikt op zijn leven en zwartgallig commentaar geeft op het moderne leven.  Ik liet het even zien aan mijn vriendin die al vijentwintig jaar boeken vertaald vanuit het Spaans en die schoof het al na een zin terzijde omdat hij niet logisch was, of niet klopte.

Even snel op Hebban gekeken naar een recensie en zie daar  de termen langdradig (inderdaad!, hij zeurt maar door over bepaalde zaken), onrustig (ook heel waar, het schiet heen en weer) voorbij komen. De Volkskrant heeft het over ‘even doorbijten’ als de man  met het IMS syndroom (Irritable male syndrom) zich de eerste 150 pagina’s voorstelt. Ik heb er duidelijk geen zin in, de tijd die ik heb om te lezen wil ik niet aan deze man besteden, ondanks een vaag gevoel dat ik wat ga missen omdat ze het maar steeds hebben over een grootse roman en het daverende vergezicht dat Ivo Brandani, de hoofdpersoon  ons na 500 bladzijden zal gunnen.

Vanavond ga ik beginnen aan Klont van Maxim Februari, waarvan ik in 2007 het boek De literaire kring las (toen Maxim nog Marjolein heette) waar ik van onder de indruk was.

Read more

Tien jaar geleden werd ik opgebeld door de hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer Xandra Schutte. Of ik wilde overwegen een abonnement op De Groene te nemen, want het opinieweekblad verkeerde in zwaar weer en dreigde ten onder te gaan. Ondanks mijn iets slechtere financiële situatie (ik was minder gaan werken vanwege een ietwat verstoorde arbeidsrelatie) heb ik meteen ja gezegd. Ik was dat jaar daarvoor begonnen met het schrijven van artikelen voor Bibliotheekblad (later blogs voor de digitale variant) en gebruikte in mijn artikelen veelvuldig kwaliteitsartikelen uit De groene. Ik nam aan dat dat ook de reden was dat ze mij daarom belden. Ik onderken het grote belang van goede onderzoeksjournalistiek en doe daarvoor ook elk jaar een donatie met Kerst.

Tien jaar later verheug ik me nog steeds elke donderdag op De Groene. Ik heb net weer het nieuwste nummer binnen en heb al weer diverse artikelen gelezen; de boekrecensie van Christiaan Weijts over De idealisten van Louise Fresco (kreeg ik veel zin in),  de filmrecensie van Gawie Keyser over Three Billboards outside Ebbing (daar ga ik zaterdag naar toe) en Lievelingsboef (Willem Holleeder)  van Margreet Fogteloo (ik heb net Judas gelezen van Astrid Holleeder).

De rest bewaar ik voor morgen. Ik wil nog graag lezen Platformrevolutie van Jaap Tielbeke (techgiganten maken de dienst uit in de wereld), Kapitaal-Arbeid:4-0, een onderzoek van Mirjam de Rijke. Maar ik begin altijd met het tweewekelijkse  artikel van Ewald Engelen. Dit keer over de oorzaken van de ondergang van de PVDA, met als titel Links Narcisme. Heerlijk die woede elke keer over al het onrecht dat plaats vindt in de wereld. Dat hebben we nodig om onze frustraties wat lucht te geven.

Terzijde; behalve een abonnement op De Groene, heb ik toegang tot Blendle, een abonnement op De Volkskrant, krijg ik vaak De Elsevier van een vriend en volg ik een aantal websites voor boekrecensies, zoals Hebban, Goodreads, Buzzfeed books, en VPRO-boeken. Ik zou graag Trouw nemen voor de boekrecensies, maar dan kom ik niet meer aan gewoon lezen toe.

Read more

Globalisering iets van de 21e eeuw? , lees dan Frankopan er maar eens op na met zijn boek De Zijderoutes. In de Volkskrant van 27 januari 2018 lees ik over Paragistan, het multimediaproject waarin de Amerikaanse schrijver Parag Khanna zijn volgers meeneemt naar de pleisterplaatsen van de mondiale elite. Zijn bekendste boek is Connectography, mapping the future of Global Civilisation, waarin hij schrijft dat landen strijden om infrastructuur die toegang biedt tot grondstoffen en markten.

De grote winnaar van deze nieuwe Great Game is China, dat met zijn programma “Een gordel, Een weg” bezig is de wereld te veroveren, want die infrastructuur van spoorlijnen, pijpleidingen en internetkabels omvat drie continenten, 2/3e van de wereldbevolking, en 1/3e van de wereldwijde BNP. China dwingt buurlanden ook samen te werken aan infrastructuur en dat bevordert de opkomst van de interconnected supply chain world.

Volgens Khanna is negenennegentig procent van de wereldbevolking dol op globalisering , moeten we leven in een wereld waarin massamigratie de norm is en zullen steeds meer mensen deel uitmaken van een voortdurend rondtrekkend wereldwijd arbeidsleger. Prikkelende ideeën, maar ze verschillen niet eens veel van de wereld die Frankopan beschrijft in zijn Zijderoutes. Waar infrastructuur wordt aangelegd, profiteert iedereen daarvan.

Connectiviteit zal ons redden. Omdat het een wereldgemeenschap creëert. Iets raakt ons pas als we er een band mee hebben. Daar heeft Khanna een punt. Ik las ook deze week in dezelfde krant dat Millenials  veel meer bezig zijn met ethisch ondernemen en sociaal ondernemerschap. Voor veel jongeren is het een morele zaak waar ze werken, winkelen of investeren. CEO’s schijnen daar al rekening mee te houden. Bedrijven verliezen de strijd om jong talent als ze hier geen rekening mee houden. Dat lijkt me helemaal passen in de ideeën van Khanna. Zijn  nieuwste boek: technocracy in America; rise of the Info-State (2017).

Read more

Maandag ben ik begonnen in het door DWDD tot boek van 2015 verkozen De zijderoutes; een nieuwe wereldgeschiedenis van Peter Frankopan. In mei ga ik drie weken naar Oezbekistan, dat met steden als Samarkand en Buchara, in de zijderoutes een belangrijke rol speelden. Omdat ik een paar keer aan  mensen die veel reisden had gevraagd wat zij als het meest bijzondere hadden ervaren, als antwoord kreeg, Oezbekistan, stond dat al heel lang op mijn verlanglijstje. Nu is het bijna zover.

Als twintiger had ik steden als Sevilla, Granada (een vrijwel verlaten Alhambra!) en Cordoba bezocht en voor mijn gevoel nog nooit zoiets moois gezien qua architectuur.  De steden in Oezbekistan schijnen deze steden qua architectuur nog te overtreffen.

Wat ik wel natuurlijk wist was Oezbekistan niet aan de rand van de beschaving lag maar er behoorlijkmiddenin. In deze streken ontstond de beschaving, de hof van Eden was de vruchtbare streek tussen de Eufraat en de Tigris.  De streek ook waar de grote wereldreligies zijn ontsproten, waar wegen werden aangelegd  als centrale zenuwstelsel om mensen en plaatsen te verbinden. Maar ik lees in Frankopan ook dingen die ik nog niet wist en die me verbaasden.

In de 4e eeuw brak er een periode aan waarin het milieu veranderingen onderging. In Europa kwam dat tot uiting in een zeespiegelstijging en in een uitbraak van malaria in het Noordzeegebied, in een gewijzigde vegetatie op de steppen en van andere patronen in de gletsjerverschuivingen in het Tiensjan-gebergte; er was sprake van een fundamentele, wereldwijde klimaatverandering. In een brief van een koopman kun je lezen dat voedselgebrek en hongersnood een zware tol hadden geëist. Het waren apocalyptische toestanden. De Hunnen verdreven alle andere stammen en tussen 350 en 360 vond een grote volksverhuizing plaats doordat een aantal stammen naar het Westen werden verjaagd. Door de klimaatverandering ontstond een felle concurrentiestrijd om de bestaansmiddelen (!). Perzië en Rome sloten in die tijd een alliantie om de Hunnen terug te drijven.

In het hoofdstuk De route naar een christelijke ‘oost’, is er in de 7e eeuw in Azië sprake van een zegetocht van het christendom, ten koste van het zoroastrisme (Iran), het jodendom (midden Oosten) en het boeddhisme (India) als er een vernietigende oorlog uitbreekt die de belangrijkste religies ondermijnt en kansen biedt aan een nieuwkomer, de islam. Frankopan spreekt er over ‘alsof internet werd losgelaten op de oudheid; op slag dreigde een nieuwe stroom ideeën, theorieën en trends de bestaande orde te ontregelen en te profiteren van de netwerken die in de loop der eeuwen was ontstaan.’ Vanavond verder in het hoofdstuk De route naar revolutie.

Read more

Ik zat afgelopen zondagmiddag naar Buitenhof te kijken naar Viktor-Mayer Schonberger over zijn boek De data-economie. De belangrijkste boodschap, niet geld (banken, multinationals), maar data zijn het nieuwe goud van de economie. Hij deed uitspraken die ik zo moeilijk te bevatten vond dat ik toch maar eens kijk of ik dat boek te pakken kan krijgen. Zoals dat pensioenen binnenkort verleden tijd zijn.

Hij sprak ook over het bedrijf Stitch Fix, een modebedrijf voor mensen (ook mannen) die geen tijd hebben om kleding te kopen. Ik ben daar eens gaan rondneuzen en verbaasd dat dat al zo’n grote vlucht heeft genomen. Als je deelneemt krijg je op basis van een uitgebreid ingevuld profiel maandelijks vijf mode-items toegestuurd (gemiddelde prijs 55 dollar) die ook weer teruggestuurd kunnen worden als ze niet voldoen aan je smaak. Je betaald ook nog 20 dollar per fix, dus ben je per maand, als je niets terugstuurt, 300 dollar kwijt, en op jaarbasis 3600 dollar. https://www.stitchfix.com/women

Ik heb een paar jaar bijgehouden wat ik aan kleding uitgeef, dat was 600 euro. Waarbij aangetekend moet worden dat ik alleen tweedehands of in de uitverkoop koop. Ik koop ook kleding voor mensen die geen geld hebben (mannen) of die wat extra kleding voor bijna niets altijd leuk vinden (vrouwen) Het Nibud rekent voor een compleet pakket voor kinderen rond de 50 euro, dat is dus 600 per jaar. Voor volwassenen zal dat wat meer zijn. Heel wat minder dan Stitch Fix je wil verkopen. Jaarlijks verkoop ik kleding op de straatrommelmarkt voor ongeveer 500 euro, en voor 500 euro in de tweedehandswinkel Pinokkio en op United Wardrobe. Ik verdien dus aan mijn hobby in plaats van dat mijn hobby geld kost. Toch mooi meegenomen.

Read more